De eerste twee novemberdagen nodigen uit om te mijmeren. Mijmeren over dood en leven, over leven in de dood en de dood in het leven. Paulus is er zo stellig in: "Als Christus niet is verrezen, dan is ons geloof zinloos en een leugen voor God en mensen. Als Christus verrezen is, dan zullen ook wij verrijzen. Hoe? God weet het! Een vergankelijk lichaam wordt gezaaid, een onvergankelijk geoogst." Deze woorden zijn de ziel van ons christelijk bestaan. Alles wat we zijn en doen denken we vanuit de verrijzenis.
![]() |
| catacomben in Rome. Christelijke afbeelding van geloof in de verrijzenis |
Voor Paulus is de verrijzenis de ziel van zijn betoog: dit is de betekenis van Jezus leven en sterven, van geloof in de gekruisigde, geloof dat rechtvaardigt en de relatie met God zo herstelt dat ze in haar volle kracht en waarde herleeft. In synagogen disputeert hij met de Tora in hand en hart, op de pleinen disputeert hij met kennis van de cultuur, schrijvers en filosofen van zijn toehoorders. Maar of het nu tekens zijn of geaccepteerde wijsheid, meer dan een opening kan Paulus niet bieden. Een opening naar die stap in het ongewisse, de stap uit de flauw verlichte omgeving van Tora en Wijsheid door de donkere deur van het geloof naar het volle licht in Christus.
Het verbaast niet dat velen Paulus aanhoorden en weinigen hem volgden. Voor menig jood was hij een godslasteraar, voor menig onderwezen "Griek" een zwetser. Degenen die hem volgden door de deur van het geloof waren zo verschillend van aard. Armen, slaven en vreemdelingen. Maar ook rijke dames en gefortuneerde heren, mannen en vrouwen van aanzien. De brieven van Paulus verhullen weinig van de dynamiek van zo'n groep van mensen.
Op mijn bureau ligt een boek van Steven Hawking die met zijn coauteur monter schrijft dat God niet nodig is, geen wonderen verricht en dat het geen probleem is om met de wetenschap in de hand een antwoord te geven op de vraag waarom er iets is en niet niets. God verklaart niets dat niet door wetenschap verklaard kan worden en wetenschap die God invoert verklaart niets en doet zichzelf fataal tekort. Ze wijzen op de atomisten en materialisten onder de eerste Griekse filosofen die later verzwegen worden omdat de Griekse filosofen de voorkeur geven aan een kosmos die waarheid, goedheid en wijsheid in zich draagt; een zuiver materialisme verdroeg hun geest niet. Wij wel zeggen zij.
Een ander boek dat op mijn tafel ligt is van Bernard Delfgaauw die in 1962 schrijft over de priester paleontoloog Teilhard de Chardin. Ik vind het een reuze interessant betoog dat Delfgaauw ontwikkelt om het gedachtengoed van Teilhard de Chardin uiteen te zetten en zo te verhelderen dat het goed begrepen kan worden als het werk van een priester die met hart en ziel Christus leefde en zocht om de evolutionaire inzichten van de wetenschap in te zetten om tot een dieper begrip te komen van de filosofie en theologie. Teilhard de Chardin had maar een wens: sterven op paaszondag. Een wens die in 1955 in vervulling ging. Een centrale thesis in zijn betoog is dat complexere materiële structuren leiden tot hogere graden van zelfbewustzijn. Een tweede thesis is dat de industriële revolutie het moment markeert waarop de culturele evolutie de biologische inhaalt: veranderingen in onze leefomgeving worden niet langer gedicteerd door de ontwikkeling van onze biologie maar mogelijk gemaakt door de grotere invloed van onze geest. Hij voorziet een ontwikkeling waarin dit gegeven zich doorzet in een steeds verder gevoerde vergeestelijking van de mens. De technieken die ons nu ten dienste staan en de veelbelovende (en angstwekkende) verkenningen van de biogenetische wetenschappen en nanotechnologie wijzen op een manier van mens-zijn die steeds minder door zijn biologische uitgangspunten beperkt hoeft te worden. Tenslotte zijn er de groeiende inzichten van de quantummechanica, de natuurkunde van de subatomaire wereld. Voor haar is de vraag of er nog sprake is van materie, als er situaties denkbaar zijn waarin materie geen massa heeft en alleen energie, dynamisch, kracht is.
Er is een stroming in de wetenschap en filosofie die alles wil herleiden tot een oorzaak. Er is een andere die de veelvoud van de realiteiten tot uitgangspunt neemt. Als complexere structuren samengaan met een groeiend bewustzijn, dan is dat bewustzijn zeker veroorzaakt door de onderliggende materiële structuur maar valt er niet mee samen - staat er in zekere zin tegenover en verheldert en problematiseert het. Zo'n benadering noem je dialectisch: het een staat tegenover het ander, roept het op en onderscheidt zich ervan. Materie roept geest op en geest verheldert en vormt materie. Waarom zou het herleiden van alles tot een onderliggende oorzaak meer wetenschappelijk zijn dan rekening houden met alle verschijnselen en die op hun eigen waarde schatten? Wat is de wereld van vandaag als de mens met zijn geestelijke vermogens er niet was? Wie had de materie en haar wetten kunnen herkennen en benoemen en mee kunnen scheppen op een wijze die de materie zelf niet kan?
Zo zou Paulus hebben kunnen spreken als hij nu het woord zou nemen in de centrale hal van een universiteit. Hij zou wijzen op de liefde voor de waarheid, de dynamiek van een leven lang zoeken naar antwoorden door wetenschappers, naar het belang van de ethiek van deemoed en waarheidsliefde voor een authentieke wetenschappelijke omgeving. Wetenschap is niet bedoeld om de verleiding van het ware, goede en schone in de mens te breken en ze als een bijproduct van de drang tot overleven van een dier met een gecompliceerde hersenmassa af te doen. Ze leeft van deze verleiding. Zo zou Paulus kunnen spreken. Niet over het altaar voor de onbekende God in Athene, maar de verleiding van en verlangen naar en leven dat er toe doet. En dan, ja dan, klinkt de naam van Jezus zoet en aangenaam. Is ze een antwoord dat geen mens zelf kan vinden maar onderweg op de weg van de liefde in waarheid als zijn grootste geluk en onovertroffen vervulling van al zijn verwachtingen verwelkomt.
In het uur van je dood ga je door de poort van de duisternis. Het verlangen naar waarheid, naar goedheid, naar schoonheid is niets anders dan het zachtjes wenken van de God die je geschapen heeft. Wie met dit verlangen in de dood gaat ontmoet het licht. Wie dat in dit leven mag doen sterft aan zichzelf en verrijst midden in dit leven met Christus. Ook dat zijn woorden van Paulus; ze drukken de meest intieme ervaring uit van de Christen. Wie die ervaring mag leven tot in de dood sterft al met het licht in zijn hart en in zijn ogen. De heiligen. Hun stralende gemeenschap en het getuigenis van hun levens vierden we gister. Vandaag gedenken we die grote schare van zoekende zielen die in de dood het Licht ontmoeten en die we met onze gebeden en liefde begeleiden om zich 'in dat ene en alles doordringende ogenblik' bij de Vader van het Licht thuis te weten.
Wie oren heeft, hij hore. Wie ogen heeft, hij zie! Het zijn verzuchtingen van Jezus en een gebed van mij voor ieder van jullie die deze dagen dierbaren gedenken. Ze leven in Hem die Leven is. Requiescant in pace.

0 reacties:
Een reactie plaatsen