Paus Benedictus XVI heeft de priesters gevraagd om hun gezicht meer op internet te laten zien. Modern? Ligt eraan hoe je het ziet. Pastoors lopen rond door hun dorp of wijk en iedereen kan hen aanspreken. Ze schrijven iedere maand wel een of meer stukjes in de hard-copies van hun parochieblad. Internet is toch een virtuele wereld waar je dus ook priesters tegen kunt komen.

Wat ik denk, vind en doe (soms) deel ik bij deze graag met je. Heb je vragen of reacties, dan kun je reageren.

zondag 6 november 2011

Over liturgie, riten en vertalingen

In mijn privé devotie en liturgie volg ik graag de Tridentijnse ritus. Ik houd van het bidden van de psalmen en voel me daarin meer 'bediend' in 'the old school.' De Tridentijnse liturgie viert en bidt ook meer met het lichaam dan de vernieuwde; ze sluit aan bij de seizoenen en heeften in de metten de betekenis van het waken in de stilte van de nacht bewaard.  Door de week staan de heiligen op de voorgrond. Bijna iedere dag een feest van een heilige vieren is soms wat vermoeiend, maar ik merk dat ik het al doende meer betekenisvol en verrijkend ga vinden. Het is een oeroud christelijk gebruik om het geloof te vieren op het graf van de heiligen: Christus ontmoet je en vier je bijvoorkeur in het gezelschap van mensen die zijn woord horen en ernaar handelen (de heiligen). "Dat zijn mijn broeders en mijn zusters", zegt Jezus. Er is nog iets dat me er in aanspreekt: je ziet in de opzet van de missen de lange geschiedenis van de vierende kerk terug. Sommige missen, riten en gebruiken gaan terug tot de vierde eeuw, andere zijn relatief laat 'gecomponeerd.' Het is als een oud kasteel waar een toren uit het begin staat naast een zaal eeuwen later gebouwd. De Tridentijnse liturgie verraadt haar lange wordingsgeschiedenis. Ze is geen project om alles terug te restaureren tot 'een oorspronkelijke staat'  zoals de liturgie van Paulus VI (die ik met veel devotie en dankbaarheid vier en pastoraal veel geschikter is). 

Ik vier geen Tridentijnse liturgie omdat ze heiliger zou zijn dan de vernieuwde; de heiligheid wordt geven in de ontmoeting met de Levende Heer die zich laat vinden in de gelovigen die vieren, de priester die Hem hand en stem geeft, de Schrift die gelezen wordt als verkondiging van Gods Woord en het Eucharistisch geheim. Links staan of rechts, duimpje en wijsvinger samenhouden na de consecratie of niet, Latijn of volkstaal, één zegeningsgebaar tijdens het eucharistisch gebed of een stuk of vijftien, dat doet allemaal niet zo terzake. Er zijn vele manieren van doen en geloven. De Kerk erkent naast de Romeinse ritus in gewone en buitengewone vorm nog vele andere die eigen zijn aan de met Rome geünieerde oosterse en oriëntaalse kerken. Die herkenning zou wat mij nog wel wat ruimer mogen. De Neo-cathechumenale weg heeft met veel moeite enige ruimte gekregen voor wat eigenheden in de liturgie van haar samenkomsten. Dat is goed. Voor Trente was er een veelheid aan liturgische tradities en riten in de (Europese) katholieke kerk. Daar is met enkele uitzonderingen niet veel meer van over. Jammer.

Ik vind dat jammer omdat ritenkwesties opgeblazen worden tot oneigenlijke proporties. Je mag als priester niet zomaar de liturgie veranderen; dat verbod staat expliciet vermeld in het kerkelijk wetboek. Ik snap dat. De liturgie is niet bedoeld als een vorm van zelfexpressie van een priester of een lokale gemeenschap. Liturgie, rite en traditie vormen je en zijn meer dan iets anders inhoud en beleving van ons geloof. Maar wat is er op tegen om plaatsen, volken en erkende spiritualiteitsgemeenschappen hun eigen ritus te geven? Die eigen ritus volgt natuurlijk de structuur van de Eucharistie en de getijden maar is ook uitdrukking van de waarheid dat er vele wegen zijn die naar God voeren. De Schrift zelf laat in de verschillendheid van de evangelies de waarde en waarheid van het aliud sed non alia (anders maar geen andere dingen) zien. De gemeenschap die ontstond uit de verkondiging van St. Jan heeft een andere kleur dan die van St. Markus of St. Lukas. 

Zo kijk ik ook naar het vertaalprobleem. De instructie Liturgicam authenticam vraagt dat de vertalingen van de Romeinse ritus de tekst en structuur van het Latijnse origineel volgt. Wie ben ik om de wijsheid van de congregatie voor de eredienst in te betwisten? Als de Kerk één ritus voorschrijft die in alle werelddelen gevolgd moet worden, dan moet die ritus ook herkenbaar zijn in de verschillende vertalingen ervan. Toch is vertalen iets anders dan letterlijk overzetten. Dat letterlijk overzetten herinnert je er alleen maar aan dat je zelf de grondtaal niet machtig bent en dat je het moet doen met een facsimile in een taal die je wel verstaat. Je voelt dat de teksten in je eigen taal gewrongen klinken en dat er woorden en zinsconstructies gebruikt worden die niet natuurlijk overkomen; maar je kunt zo goed en kwaad als het gaat de grondtaal bestuderen en teksten vergelijken. Kun je gebeden zo vertalen? Nee. Gebeden moeten zo vertaald zijn dat ze echte communicatie uitdrukken van hart tot hart, van mens tot God. Vertalen is een dubbele beweging: intens luisteren naar wat gezegd wordt in de grondtaal om die zin en betekenis een uitdrukking te geven in een andere taal. Dat is een scheppend proces en leidt tot evenzovele uitdrukkingen die niet zomaar tot één bron te herleiden zijn. Aliud sed non alia!

Anders dan bijvoorbeeld de Engelse taal heeft de Nederlandse (zeker niet binnen de katholieke traditie) geen liturgische geschiedenis. Katholieken hebben het altijd moeten doen met vertalingen voor privé gebruik van de Latijnse liturgie. We zijn nog niet zo lang gewend aan het Nederlands als liturgische taal. Het officiële getijdengebed is er sinds 1991, het missaal sinds 1979. Ik vind het Nederlands daarin wat vlak, de hymnen overstijgen dikwijls de kwaliteit van een rijmvers niet; het voelt nu al als gedateerde taal. Oubollig is niet hetzelfde als waardig en plechtig. Onze informele cultuur vraagt om een liturgische taal die sterk communicatief is, beeldend en gevoelig voor wat vervreemdt en wat aantrekt. Degenen die belast zijn met de opdracht om alle liturgische boeken opnieuw te vertalen zullen er een bovenmenselijke klus aan hebben. Ik hoop dat het iets moois gaat worden, een beetje zoals de NBV; zeker niet perfect maar wel een vertaling die door goed luisteren en met gevoel voor de Nederlandse taal zoals ze nu functioneert tot stand is gekomen.