Nog even en de storm breekt los. Na meer dan een jaar in
relatieve stilte gewerkt te hebben presenteert de commissie Deetman haar
rapport aanstaande vrijdag. Het zal een mediacircus worden. Wat doet dat nu met
een priester die dagelijks gelovigen en niet-gelovigen onder ogen komt? En wat
hoor ik dan? Bezorgdheid vooral – hoe de kerk eruit zal komen, of de
bisschoppen de kunst zullen verstaan om waardig te reageren. Raakt het mij en
de mensen die ik spreek dan niet? Ja het raakt. De verhalen van de slachtoffers
gaan door merg en been; ik voel boosheid en onbegrip, verdriet en soms gewoon
sprakeloosheid. Er is nog een andere kant. Vorig jaar tijdens de Stille Omgang
in Amsterdam, we trokken traditiegetrouw stil biddend door de duistere straten
van Amsterdam. Half dronken mensen riepen uit de deurposten van cafés en andere
‘huizen’ ‘kinderneukers’ naar ons. “Ons,”
veel lieve mensen van de leeftijd van mijn ouders en jongeren zelfs die
aan dat verleden part noch deel hebben. Dat is niet terecht en dat doet pijn omwille
van die goede, waardige mensen, priesters, religieuzen en leken, die het over
overgrote deel uitmaken van de ‘Katholieke Kerk” en desondanks een stigma dragen .
Er gaat bijna geen dag voorbij of we worden opgeschrikt door
nieuws over kindermisbruik in de actualiteit: in onderwijs, in jeugdzorg, in
sport en – het meest van alles, in de sfeer van de intimiteit van de familie.
Het is verschrikkelijk om te weten dat het zo kostbare vertrouwen tussen een
kind en een priester of broeder is geschaad, het is nog erger dat je weet dat
de ontluisterende werkelijkheden in de Katholieke Kerk de top van een ijsberg
zijn. Voor ons is het een stigma dat ons aankleeft. We worden er mee
gelijkgesteld, het wordt ons nagedragen en het heeft onze naïviteit of onbevangenheid
weggenomen. Bij het maken van een parochieblaadje vroegen iemand zich af of ze
wel foto’s van spelende kinderen op de voorpagina moesten zetten – zo diep gaat
het. Maar de realiteit van vandaag -
zien we die wel genoeg onder ogen? Welk instituut gaat de Katholieke Kerk
volgen en geeft toestemming om alle archieven open te stellen met alle stukken
van de laatste zeventig jaar? Willen we het eigenlijk wel weten?
Voor mij was seksueel misbruik al een item tien, twaalf jaar
geleden. Ik was ontzet door de frequentie waarmee vooral jonge vrouwen me
vertelden over de schending van hun integriteit. Ik ken de verhalen van
verschillende mannen nu die als jongen jarenlang misbruikt waren in de
familiesfeer. De eerste keren dat ik die verhalen hoorde schrok ik ervan, later
realiseerde ik me dat ik ze zoveel hoorde. Bij iedere huwelijksvoorbereiding
breng ik het nu ter sprake. Vertel over een stel dan een maand na hun huwelijk
helemaal in verwarring verkeerde omdat beiden seksueel misbruikt waren en dat
van elkaar niet wisten. De een voelde zich beklemd door de nabijheid van de
ander en de ander voelde zich onzeker als de partner niet dichtbij genoeg was.
Het werd een drama en ik vertel dit, met nog andere voorbeelden, als een
uitnodiging aan de stellen om vooral open te zijn over je verleden.
Ik ben priester en leef het celibaat. Dat schijnt de
boosdoener te zijn volgens de mediaberichten. Grote onderzoeken in de VS en
elders laten steeds zien dat er geen rechtstreeks verband bestaat en dat de
oorzaken voor misbruik elders gezocht moeten worden. De repressieve en op
conformisme gerichte opvoeding en vorming van priesterkandidaten en religieuzen
in de jaren veertig en vijftig en het onvermogen om te gaan met een nieuwe tijd
wordt nogal genoemd als oorzaak. Maar goed, we zullen zien wat het in Nederland
is. De commissie zal er vast zinnige dingen over te zeggen hebben. De eerste
keer dat ik over zoiets als misbruik hoorde was van een jongen die ik kende,
een zoon van een dominee. Eerlijk gezegd begreep ik toen niet eens goed wat hij
bedoelde.
Ik ben trots op en dankbaar voor mijn katholiek-zijn maar er is
geen reden om ons boven kritiek verheven te achten. De kerkvader Ambrosius
noemde de Kerk in een preek casta
meretrix, een kuise hoer. Hij zag in de zevenvoudige zondares Maria
Magdalena die de apostel van de apostelen werd en die Jezus veel liefhad een
beeld van de kerk. Hij kon dat zeggen en zijn mensen waardeerden hem erom.
Misschien is het hetzelfde wat een goede protestant verstaat in het woord van
Luther: semper justus et peccator. Hoe
het ook zij, we zijn gewaarschuwde mensen geworden. Het sluipt er zo
gemakkelijk in – dat snorrig tevredene en de reflex om moeilijkheden uit de weg
te gaan. Ik waardeer onze bisschoppen dat ze die moeilijkheden niet uit de weg
zijn gegaan. Ze hebben het zelf gewild: een onderzoek dat onbarmhartig de
waarheid zoekt – alles aan het licht brengend. Er is geen andere weg. Zo begint
elke biecht, met het ongemak om niets te verhullen, niets achter te houden en
niets ongezegd te laten. Dat is het moeilijkste, staan in je waarheid. Daarna
komt de boete – het goed maken door een zinnige inspanning. En dan? Een periode
van heling, van nieuw-worden. Casta
meretrix – een gekuisde hoer, een die, in de woorden van Jezus, meer
liefheeft omdat haar meer is vergeven. Van die kerk kan ik houden, want ze eet
genadebrood.
De gedachten van zomaar een van die priesters die het
voorrecht genieten te mogen treden in het licht en de duisternis
van menig mensenhart. Dat vertrouwen is zo kostbaar. Dat het beschaamd werd en
wordt maakt dat het soortelijk gewicht van misbruik in de Katholieke Kerk begrijpelijk zoveel groter. Ik beschouw de commotie en de emotie over het misbruik in de Kerk als de
uitdrukking van het verholen verlangen van een samenleving (ondanks alle
secularisatie) dat priesters nog echt zijn – geestelijken die in eenvoud van
hart godsmannen zijn. Dat is de les die ik uit dit alles leer en de hoop die ik voor de kerk heb.

1 reacties:
Wij kunnen niet veel meer doen dan meeleven met de pijn van zowel slachtoffers als daders.
Jezelf vegeven is een van de moeilijkste dingen maar toch hoop ik van harte dat de daders dat gevecht met zichzelf aangaan.
Pas dan kan er iets positiefs ontstaan. Maar mogelijk kan ik het verkeerd zien.
Een reactie plaatsen