Paus Benedictus XVI heeft de priesters gevraagd om hun gezicht meer op internet te laten zien. Modern? Ligt eraan hoe je het ziet. Pastoors lopen rond door hun dorp of wijk en iedereen kan hen aanspreken. Ze schrijven iedere maand wel een of meer stukjes in de hard-copies van hun parochieblad. Internet is toch een virtuele wereld waar je dus ook priesters tegen kunt komen.

Wat ik denk, vind en doe (soms) deel ik bij deze graag met je. Heb je vragen of reacties, dan kun je reageren.

vrijdag 9 december 2011

Een week vóór 'Deetman'


Nog even en de storm breekt los. Na meer dan een jaar in relatieve stilte gewerkt te hebben presenteert de commissie Deetman haar rapport aanstaande vrijdag. Het zal een mediacircus worden. Wat doet dat nu met een priester die dagelijks gelovigen en niet-gelovigen onder ogen komt? En wat hoor ik dan? Bezorgdheid vooral – hoe de kerk eruit zal komen, of de bisschoppen de kunst zullen verstaan om waardig te reageren. Raakt het mij en de mensen die ik spreek dan niet? Ja het raakt. De verhalen van de slachtoffers gaan door merg en been; ik voel boosheid en onbegrip, verdriet en soms gewoon sprakeloosheid. Er is nog een andere kant. Vorig jaar tijdens de Stille Omgang in Amsterdam, we trokken traditiegetrouw stil biddend door de duistere straten van Amsterdam. Half dronken mensen riepen uit de deurposten van cafés en andere ‘huizen’ ‘kinderneukers’ naar ons. “Ons,”  veel lieve mensen van de leeftijd van mijn ouders en jongeren zelfs die aan dat verleden part noch deel hebben. Dat is niet terecht en dat doet pijn omwille van die goede, waardige mensen, priesters, religieuzen en leken, die het over overgrote deel uitmaken van de ‘Katholieke Kerk”  en desondanks een stigma dragen .

Er gaat bijna geen dag voorbij of we worden opgeschrikt door nieuws over kindermisbruik in de actualiteit: in onderwijs, in jeugdzorg, in sport en – het meest van alles, in de sfeer van de intimiteit van de familie. Het is verschrikkelijk om te weten dat het zo kostbare vertrouwen tussen een kind en een priester of broeder is geschaad, het is nog erger dat je weet dat de ontluisterende werkelijkheden in de Katholieke Kerk de top van een ijsberg zijn. Voor ons is het een stigma dat ons aankleeft. We worden er mee gelijkgesteld, het wordt ons nagedragen en het heeft onze naïviteit of onbevangenheid weggenomen. Bij het maken van een parochieblaadje vroegen iemand zich af of ze wel foto’s van spelende kinderen op de voorpagina moesten zetten – zo diep gaat het. Maar de realiteit van vandaag - zien we die wel genoeg onder ogen? Welk instituut gaat de Katholieke Kerk volgen en geeft toestemming om alle archieven open te stellen met alle stukken van de laatste zeventig jaar? Willen we het eigenlijk wel weten?

Voor mij was seksueel misbruik al een item tien, twaalf jaar geleden. Ik was ontzet door de frequentie waarmee vooral jonge vrouwen me vertelden over de schending van hun integriteit. Ik ken de verhalen van verschillende mannen nu die als jongen jarenlang misbruikt waren in de familiesfeer. De eerste keren dat ik die verhalen hoorde schrok ik ervan, later realiseerde ik me dat ik ze zoveel hoorde. Bij iedere huwelijksvoorbereiding breng ik het nu ter sprake. Vertel over een stel dan een maand na hun huwelijk helemaal in verwarring verkeerde omdat beiden seksueel misbruikt waren en dat van elkaar niet wisten. De een voelde zich beklemd door de nabijheid van de ander en de ander voelde zich onzeker als de partner niet dichtbij genoeg was. Het werd een drama en ik vertel dit, met nog andere voorbeelden, als een uitnodiging aan de stellen om vooral open te zijn over je verleden.

Ik ben priester en leef het celibaat. Dat schijnt de boosdoener te zijn volgens de mediaberichten. Grote onderzoeken in de VS en elders laten steeds zien dat er geen rechtstreeks verband bestaat en dat de oorzaken voor misbruik elders gezocht moeten worden. De repressieve en op conformisme gerichte opvoeding en vorming van priesterkandidaten en religieuzen in de jaren veertig en vijftig en het onvermogen om te gaan met een nieuwe tijd wordt nogal genoemd als oorzaak. Maar goed, we zullen zien wat het in Nederland is. De commissie zal er vast zinnige dingen over te zeggen hebben. De eerste keer dat ik over zoiets als misbruik hoorde was van een jongen die ik kende, een zoon van een dominee. Eerlijk gezegd begreep ik toen niet eens goed wat hij bedoelde.

Ik ben trots op en dankbaar voor mijn katholiek-zijn maar er is geen reden om ons boven kritiek verheven te achten. De kerkvader Ambrosius noemde de Kerk in een preek casta meretrix, een kuise hoer. Hij zag in de zevenvoudige zondares Maria Magdalena die de apostel van de apostelen werd en die Jezus veel liefhad een beeld van de kerk. Hij kon dat zeggen en zijn mensen waardeerden hem erom. Misschien is het hetzelfde wat een goede protestant verstaat in het woord van Luther: semper justus et peccator. Hoe het ook zij, we zijn gewaarschuwde mensen geworden. Het sluipt er zo gemakkelijk in – dat snorrig tevredene en de reflex om moeilijkheden uit de weg te gaan. Ik waardeer onze bisschoppen dat ze die moeilijkheden niet uit de weg zijn gegaan. Ze hebben het zelf gewild: een onderzoek dat onbarmhartig de waarheid zoekt – alles aan het licht brengend. Er is geen andere weg. Zo begint elke biecht, met het ongemak om niets te verhullen, niets achter te houden en niets ongezegd te laten. Dat is het moeilijkste, staan in je waarheid. Daarna komt de boete – het goed maken door een zinnige inspanning. En dan? Een periode van heling, van nieuw-worden. Casta meretrix – een gekuisde hoer, een die, in de woorden van Jezus, meer liefheeft omdat haar meer is vergeven. Van die kerk kan ik houden, want ze eet genadebrood.

De gedachten van zomaar een van die priesters die het voorrecht genieten te mogen treden in het licht en de duisternis van menig mensenhart. Dat vertrouwen is zo kostbaar. Dat het beschaamd werd en wordt maakt dat het soortelijk gewicht van misbruik in de Katholieke Kerk begrijpelijk zoveel groter. Ik beschouw de commotie en de emotie over het misbruik in de Kerk als de uitdrukking van het verholen verlangen van een samenleving (ondanks alle secularisatie) dat priesters nog echt zijn – geestelijken die in eenvoud van hart godsmannen zijn. Dat is de les die ik uit dit alles leer en de hoop die ik voor de kerk heb.

1 reacties:

Anoniem zei

Wij kunnen niet veel meer doen dan meeleven met de pijn van zowel slachtoffers als daders.
Jezelf vegeven is een van de moeilijkste dingen maar toch hoop ik van harte dat de daders dat gevecht met zichzelf aangaan.
Pas dan kan er iets positiefs ontstaan. Maar mogelijk kan ik het verkeerd zien.