Ja, dat was wel zwaar gister. Ik heb natuurlijk alles gelezen, bekeken en beluisterd waar ik bij kon. Meer dan een jaar zagen we op naar de publicatie van het rapport van Deetman. Ik moet hem een compliment geven en met hem zijn crew. Het is een waardig, inzichtrijk en diepgravend onderzoek geworden. Natuurlijk is de uitkomst zwaar voor iemand als ik die zo zielsveel van de Kerk houd. Misschien is het moeilijkste nog wel de conclusie dat het in de Katholieke Kerk met kindermisbruik niet anders gesteld is dan in de rest van de samenleving. Na alle horrorverhalen zou je de indruk kunnen krijgen dat de katholieke Kerk een smeerboel is op dit gebied door celibaat, wereldvreemdheid en dubbelzinnige moraal. De werkelijkheid is anders: het maakt niet uit; binnen en buiten de katholieke Kerk is de werkelijkheid hetzelfde. Dat is erg, heel erg vernederend en beschamend. De Kerk is blijkbaar geen omgeving waarin mensen waarachtiger, eerlijker, moediger, waardiger omgaan met misdaad en zonde dan daarbuiten. Dat is wijsheid van alle tijden maar tegelijk ook zo grauw, zo waar dat het me toch zwaar valt.
Casta meretrix, gekuisde hoer. Zo noemde Ambrosius in een preek de Kerk. Ja, dat is ze. We staan er gekleurd op. Het maatschappelijk prestige is wel aan duigen. Geen gemakkelijk gezag meer, integendeel. Eerder afhoudendheid, weten dat er aan die bisschoppen en priesters een smet kleeft... En toch, ik weet uit ervaring dat mensen ons priesters nog altijd zoveel toevertrouwen, ons bekijken met een zekere verwachting. Wat nu voor ons gaat spreken is wat we doen: waar we gezien worden, welke agenda we hanteren en wat we vertellen als ons vragen worden gesteld. Er ligt een kans om vertrouwen te winnen door gewoon meer priester, meer religieus, meer bisschop te zijn. Macht hebben we over niemand, maatschappelijk prestige is geen issue meer - wat blijft is de motivatie en inspiratie: overtuigen door zelf als gelukkige, vrije en open mensen te leven: biddend, delend in de nood van anderen, gemeenschappen opbouwen die als een thuis voelen.
Ik geloof in mijn Kerk. Ik geloof in haar omdat Christus zelf haar leven is. Dat is natuurlijk wel erg absoluut gezegd, maar ik denk dat het dichterbij de ervaring ligt. Als je een slechte boodschap te horen krijgt realiseer je je ineens wat je echte waarden zijn. Je agenda wordt anders, je kiest als vanzelf voor de mensen die het belangrijkst zijn in je leven - je voelt dat bij hen en in hen je fundament en je echte waarde ligt. Voor de Kerk is dat Christus, is dat alles wat we evangelie noemen: gebed, nieuwe aandacht voor de mensen die je als pastor zijn toevertrouwd, nieuwe aandacht ook voor de woorden van de Bijbel en de voorbeelden van de heiligen. De misbruik crisis brengt ons priesters (en allen die van de Kerk houden) tot onze diepste waarde terug en dat brengt vernieuwing - niet de vernieuwing van beleidsplannen en manifesten - anders. Herbronning - vitaliteit - inderdaad, Christus!
Mensen zijn nooit van God los en er zullen er verrassend veel zijn die in een eerste betekenisvol contact met een priester meer open voelen gaan dan ze zelf ooit konden vermoeden. Zo werkt het. Zo kan en zal het werken. De graankorrel moet in de aarde vallen om nieuw leven voort te brengen. Dat beeld van Jezus is het hart en de ziel van ons geloof: midden in de dood bloeit leven, nieuw leven op. Over een jaar of vijftien zal de Kerk in Nederland onherkenbaar anders zijn - in bijna niets meer herinneren aan het verleden van 1853 tot 2003; maar ze zal een Kerk zijn die - bescheiden natuurlijk, maar toch - weer groeit, voorzichtig bloeit en niet onopgemerkt blijft. Her en der zie ik al iets van die toekomst - ja. Niet wij maar Hij!
0 reacties:
Een reactie plaatsen