Vanmorgen werd ik getroffen door de tekst waarmee in het martelaarsboek de geboorte van de Heer wordt aangekondigd. Het is een oude traditie om de aankondiging van Kerstmis plechtig uit te zingen op de dag daarvoor, in de prime of het ochtendgebed. Het begint zo: "Vanaf ontelbaar voorbijgegane eeuwen sinds de schepping van de wereld, toen God in het begin hemel en aarde schiep en de mens formeerde tot zijn beeld.." en gaat dan verder met het herinneren aan de grote gebeurtenissen in de geschiedenis van het verhaal tussen God en mens die op een punt in de tijd worden geplaatst: Abraham, de uittocht uit Egypte onder de leiding van Mozes, de zalving van David tot koning, de profetie van Daniël en de grote gebeurtenissen die de tijd duiden in de antieke wereld, de Olympiade, stichting van de stad Rome, de heerschappij van keizer Augustus die als een tijd van vrede werd aangemerkt. Zo wordt hele geschiedenis gelezen naar dat ene moment toe:
"Jezus Christus, eeuwige God en Zoon van de eeuwige Vader, wilde de wereld met zijn meest dierbare komst toewijden. Hij is ontvangen uit de heilige Geest en werd na het doorlopen van de negen maanden na de ontvangenis in Bethlehem in Juda geboren uit de Maagd Maria en is mens geworden. Dit is de geboorte van Onze heer Jezus Christus naar het vlees."
Het is zo kostbaar, zo ontroerend om de hele wording van de kosmos en het geboren worden van de mens daarin die kan kijken, luisteren, onderscheiden, namen geven en uniek maken bevestigd en verklaard te zien door de menswording van de Zoon. Zo komen we thuis in onze immense kosmos die zijn betekenis krijgt in het onwaarschijnlijk onbeduidende van dat toch zo unieke leven van ieder van ons. Als in een ondeelbaar moment raakt de eeuwige God de altijd voorbij gaande tijd en consacreert die, wijdt die toe - zoals het genoemd is. In die tijd die altijd voorbijgaat, waarin niets en niemand blijft en alles vluchtig moet lijken omdat het maar even vastgehouden kan worden in het geheugen en dan nog als een idee in mijn hoofd of het hoofd of verhaal van een paar anderen - in die tijd is God ingetreden.
Al die eeuwen, al dat zoeken naar waarheid en echtheid van een mensengeschiedenis krijgt zijn zin en doel in de geboorte van een nieuwe mens. Die mens krijgt een naam van God al gegeven (denk aan de geboorte van Johannes de Doper en zijn naamgeving die tegen alle verwachtingen in gaat van zijn familie). Dat is zo ontroerend, zo mooi, zo ongrijpbaar en toch zo echt. Het is de mystiek van de ontmoeting die in de geboorte van de Mensenzoon zijn volle diepgang en waarheid krijgt: in ieder mens is de eeuwigheid van God aanwezig. Ze kijkt je aan als jij aankijkt. Ze grijpt je aan als je ontmoeting toelaat. Ze maakt je vrij als je jezelf geeft en niet terughoudt, als je wilt en kunt leven met een werkelijkheid die je sprakeloos maakt; die je bevrijdt en tegelijk bindt. Bindt aan de arme, de misdadiger, de vreemde, de zoon of dochter, de man of vrouw die met jouw gebroken heeft. Het lukt je dan niet meer om je leven in eigen hand te houden en om alles zo te regelen dat het klopt. Je wordt meegenomen in de dynamiek van de heilige Geest die je aan de andere kant van goed en kwaad plaatst - Hij plaatst je zo dat je kunt aanvoelen, bevroeden (ons kennen is stukwerk zegt de apostel Paulus), wat de Vader ziet en de Zoon wil en de Geest doet.
Wat een grote woorden toch. Het gaat toch maar om de geboorte van een kind? Ja, om de geboorte van het Kind. Het Kind waarin in ieder mensenkind gezien en gekend en geborgen is midden in een immense, onmetelijke omgeving die alle denken over tijd en ruimte te boven gaat. Zo mooi, zo kostbaar, zo uniek ben jij, ben ik. Als je vannacht in de ogen kijkt van het kerstkindje zie je zijn blik: een kijken dat in jou het mysterie wekt van gekend zijn door de Schepper die van alle eeuwen af jou al gezien had.
Zalig Kerstfeest!

0 reacties:
Een reactie plaatsen