Van vraagmonnik naar leermonnik: pastoor Matthieu wordt br. Stijn

In Noord Holland vieren we op 2 mei de wijding van de Kathedraal in Haarlem. Die gelegenheid vond mijn abt een prima aanleiding om me als leerling monnik op te nemen in de gemeenschap. Wat een ontroerend gebeuren zeg. Stel je voor: je leeft een goede 7 maanden intensief met een groep mannen die 'hun leven voor Jezus verspillen' (een jonge aanwinst hier noemde dat zo) en dat al heel veel jaren doen. Ze delen alles met elkaar: wat mensen maar met elkaar kunnen delen als 'niet gehuwden.' Dan heb je het toch wel over een echte gemeenschap. De uitnodiging krijgen om daar echt deel van uit te maken - als leerling, novice - maar toch... Ja doet wat. 

Benedictijnen gaan al heel lang mee en markeren bijzondere momenten met rituelen die een lange traditie hebben. Novice worden gaat gepaard met 'het mandatum' en 'de inkleding.' Mandatum is latijn voor 'gebod' en verwijst naar Jezus die aan zijn leerlingen vraagt om in navolging van Hem elkaar de voeten te wassen. Inkleding betekent hier: je kloosterkleding ontvangen: tuniek, riem en scapulier - samen 'het habijt.' Habijt is een verlatijnst woord voor "wat je gewoonlijk draagt." 

Hoe gaat het in zijn werk? De abt nodigt je uit om novice te worden na overleg met de broeders die zich voor hun leven verbonden hebben. Je aanvaardt deze uitnodiging. Dan krijg je de vraag of je na wil denken over een kloosternaam: vergelijk het met een doopnaam. Ik was daar snel mee klaar: een naam krijg je en kies je niet. Ze drukt uit wat de ander in je ziet en voor je hoopt. Ik had dus geen benul. Een paar mensen mocht ik erbij uitnodigen. Opname in de gemeenschap is allereerst iets van de gemeenschap zelf. Mijn ouders waren er en enkele vrienden. 

De opname gebeurt in de kapittelzaal die een hoog 'Game of Thrones' gehalte heeft (inclusief troon). De abt komt binnen gekleed in de grote zwarte (en zware) kovel die alle eeuwig geprofeste (degenen dus die zich voor hun leven verbonden hebben door de geloften van armoede, gehoorzaamheid, bekering van leven en stabiliteit in dit klooster). Hij draagt het middeleeuwse borstkruis en voert de kromstaf (zoals een bisschop). Ik zit dan in het halletje bij de oude ingang. Rustig te wachten - nou ja rustig. Je snapt wel hoe je je dan voelt. In de kapittelzaal wordt nu het hoofdstuk gelezen uit de Regel van Benedictus dat gaat over de opname van nieuwe kandidaten en in mijn geval ook van de opname van een priester. Dan komt br. Beda, die onze novicemeester is. Hij heeft met paus Franciscus gemeen dat ook hij 'van de andere kant van de wereld' gekomen is (Brazilië) en zeker met Gods medeweten en goedkeuring! We lopen samen naar binnen. Ik ga op de grond liggen voor de abt op zijn troon en alle medebroeders zingen enkele regels uit het voorwoord (proloog) van de Regel. Daar lig je dan. De liefde van je broeders blijkt ook hieruit dat kort daarvoor de zaal goed schoongemaakt en gezogen is. De bekende stemmen welven zich als het ware over me heen. Ik hoor ze individueel en samen: "Luister mijn zoon, maar de richtlijnen van je meester en neig het oor van je hart ..." Zo begint de Regel. Ik luister, vooral met mijn hart dat bonkt en tegelijk vloeibaar lijkt te worden. Aan het einde richt ik me op en op mijn knieën vraag ik of ik novice mag worden. Een klein krukje wordt aangeschoven. Ik mag zitten.

Dan wordt een passage uit de brief van Johannes gelezen. De abt houdt een korte toespraak waaruit zijn liefde voor mij en onze jarenlange betrokkenheid op elkaar blijkt. Ieder woord drink ik in als een dorstig hert (citaat uit een psalm :). Ik durf niet goed te kijken. Bang dat ik mijn emotie niet de baas kan. In zijn toespraak krijg ik mijn naam te horen: br. Augustinus. Volstrekt onverwacht voor mij - ik dacht uit het begin van zijn verhaal op te maken dat het Aelred zou worden .... Het bleek een trouvaille van de novicemeester. Br. Beda had het als een gedachte geopperd, niet serieus. Was hij ook verrast. Augustinus... Augustijn ... Stijn. Dat hebben we er voor dagelijks gebruik van gemaakt. Mijn idee over pastoraat, kerk, geloof met hart en hoofd, is zo door Augustinus beïnvloed. Al vanaf het moment dat ik als beginnend student het magistrale boek van Frits van der Meer las: Augustinus de Zielzorger. Ik was (en ben verguld) en ook ook verlegen. Augustinus is een maatje te groot voor me. br. Stijn, dat houdt het mooi samen. 

Toen moesten de schoenen en de sokken uit. De abt knielde voor me neer en waste mijn voeten. Hij kuste ze alle twee. Daarna, te beginnen met de langst geprofeste, alle broeders en novicen. Dit is het mandatum. Zoals ik jullie de voeten was, moeten jullie elkaar de voeten wassen. Mijn hemel. Ik wist van verlegenheid niet meer wat te voelen, hoe te kijken of te kleuren. Wat er door me heen ging kan ik niet eens goed verwoorden. Het is eigenlijk alles wat evangelie doet met mensen: je bent niemand zonder de ander. Christus is de Zoon door de Vader. Wij zijn mensenkinderen - echte mensen, door Christus. Levend, elkaar in vrijheid en liefde tot iemand maken - onvergetelijk uniek, on-optelbaar en nooit zonder zin of waarde. De wassing van de voeten, de kus. Het diep buigen voor elkaar. Mijn hemel, wat is dat een krachtig teken - een gebeuren dat je dieper raakt dan mijn woorden reiken.

Nu volgt de inkleding. Op m'n knieën voor de abt. Ik zat er in mijn beste zwarte priesterpak. Jasje ging uit. De tuniek (soort toog die van onder dicht is en boven geopend kan worden met knopen) werd over mijn hoofd getrokken. Daarna de riem omgedaan. Vervolgens het scapulier met daaraan de monnikskap. Allemaal zwart. Dat scapulier staat voor 'het juk dat je op je neemt.' Christus, die zegt: mijn juk ik zacht en mijn last licht. (Ik had ook gekozen voor een 'lichte stof' moet ik erbij zeggen. Als je het koud krijgt kun je er best een trui of zo onder doen, maar als het warm is zweet je als een otter in een te zwaar habijt - dat even als inside info). Nu komen de broeders weer naar me toe om me te omarmen en vrede te wensen - zoals we dat ook in de Eucharistie doen. Enkele gebeden sloten de plechtigheid af. Nu bijna. De novicemeester leidde me naar mijn plaats tussen de broeders. Daarna vertrokken allen en ik als laatste - half dan. Want ja, je wilt dan toch wel heel snel je ouders en vrienden omhelzen. We hadden allemaal tranen.

En zo is het dan begonnen. Leerling monnik. Ik ben niet de enige, zoals je wel ziet in deze foto. Een vol jaar concentratie op regel, gemeenschap en geestelijk leven. Geen colleges meer en geen activiteiten buitenshuis. We mogen er wel uit hoor, maar anderen bezoeken is een spaarzaam gebeuren. De kerk vraagt van iedere religieuze gemeenschap om zo'n jaar te verplichten alvorens je je tijdelijk mag binden door geloften. Ik moet er wel wat aan wennen - ut patet orbis (zover als de wereld rijkt - spreuk van de Mariniers), is me op het lijf geschreven. Maar een klooster dat biddend, werkend, studerend en gastvrij ontvangend in de wereld staat omvat heel die wereld. Onze ziel, zegt Aristoteles ergens en Thomas zegt het hem na, neemt in zekere zin alles in zich op en is dus alles. Zo gek kan het zijn: je verzet geen stap en toch ben je echt overal. Over gebed, geloof en mens-zijn nu, daarover wil ik de komende tijd wat meer op dit blog zetten. Je kunt me gemakkelijk bereiken: br.stijnosb@gmail.com of bellen 0725061415.